Een werkweek van vier keer negen uur: ‘Zelden een win-winsituatie’

23 juni 2019

In plaats van elke dag naar je werk gewoon 36 uur in vier dagen proppen en een uurtje eerder beginnen of langer blijven: vaak is het een wens van werknemers en niet van werkgevers.

We willen graag minder werken, maar zijn niet bereid daar een deel van ons salaris voor in te leveren. ADP, een bedrijf dat loonstroken verwerkt in Europa, publiceerde deze week de resultaten van een Europees onderzoek. Ruim de helft van de Europese werknemers (56 procent) zou liever vier dagen per week werken.
De overgrote meerderheid hiervan (78 procent) is niet bereid om salaris in te leveren en gaat liever voor een vierdaagse werkweek met langere werkdagen.

Vooral in de leeftijdscategorie 35 tot 44 jaar zijn mensen voorstander van zo’n werkweek met vier lange dagen.
Ook het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kwam deze week met onderzoeksresultaten. In het eerste kwartaal van dit jaar liet 7 procent van de Nederlandse werkenden weten graag een kortere werkweek te willen. Deze groep groeit sinds het begin van 2013. Zo’n werkweek met vier keer negen uur is inderdaad zelden de wens van de werkgever, weet Ben Jansen, algemeen directeur van Déhora. Dit bedrijf adviseert bedrijven in binnen- en buitenland over personeelsplanning en stelt personeelsroosters op.

“De discussie rondom deze manier van werken is al zo’n twintig jaar oud, toen de 36-urige werkweek de norm werd. Hé, dachten werknemers, een uurtje extra werken en dan heb je een dag extra. Maar een medewerker kan zo’n rooster niet vanaf papier beoordelen. Door negen uur te werken, plus reistijd ben je zo’n elf, twaalf uur in touw. Die vrije dag besteed je op de bank en je komt in een ritme van werken, slapen, werken, slapen.”
Zo’n werkweek is volgens Jansen bijna nooit een win-winsituatie: “Bij veel beroepsgroepen is het inefficiënt. Vanwege nachtdiensten, winkels met beperkte openingstijden of op plekken waar sowieso al fors wordt overgewerkt.”
Werkgevers hebben er dan ook niet vaak zin in, zegt Jansen: “Mij is regelmatig gevraagd om presentaties te geven waarin ik aan werknemers uitleg hoe slecht het systeem wel niet is en het ze afraad. Dat doe ik niet, maar laaiend enthousiast ben ik er niet over.”

Zes uur in plaats van negen
Fysiek werk in de bouw of in de zorg, meer dan acht uur naar een beeldscherm staren, langdurige mentale belasting: bij dit soort werk zou je als werknemer eerder aan zes uur per dag moeten denken dan aan negen, denkt Jansen. “Ik zou uitermate terughoudend zijn met langer dan acht uur je kunstje doen. Het lijkt leuk, een kortere werkweek, maar na een half jaar zie ik er veel twijfelen. Het blijkt dan toch te vermoeiend.”
Die vermoeidheid onderzocht Edith Josten aan de Tilburg University. Ze keek naar drie soorten werknemers: kantoorpersoneel, industriële werknemers en verplegenden en verzorgenden.
Het kantoorpersoneel en de industriële werknemers zagen vooral voordelen. De werknemers waren tevreden en werkten net zo effectief. In de zorg leidde de werkweek tot mindere prestaties en meer gezondheidsklachten. Bij organisaties die deze optie aan hun werknemers aanbieden, ontstaat vanzelf een selectie, zegt Josten desgevraagd.
“Werknemers kunnen vaak zelf inschatten of negen uur te zwaar is. Dat zijn bijvoorbeeld mensen met gezondheidsklachten of veel andere verplichtingen op een werkdag, al dan niet in combinatie met een lange reistijd.”

Een dagje minder reizen
Zo’n werkweek met vier keer negen dagen heeft voordelen, zegt Ellen Ranks, die bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) werkt als procesbeheerder. “Mijn werk is in Assen en ik woon in Groningen. Door vier keer negen uur te werken, hoef ik één dag minder te reizen en gebruik ik mijn tijd dus veel effectiever.”
En een dag minder naar kantoor is ook fijn, zegt Ranks. “De officiële werkweek voor een ambtenaar is 36 uur. Ik werk nu op woensdag vier uur thuis en die overwerkuren spaar ik voor extra vakantiedagen. Mijn baas vindt het prima. Je mag ook zelf bepalen hoe laat je begint, ergens tussen 7.00 en 9.00 uur. Als het werk maar gedaan wordt.” En de nadelen? “Je hebt ’s avonds geen puf meer.”

Voor sommigen is de langere dag het waard
Je bent vermoeid na een lange dag, maar dat is het waard, vindt ook Isabelle don Griot die als rental sales agent werkt. “Ik werkte fulltime en kreeg een burn-out. Toen ik weer was opgeknapt, wilde ik niet meer fulltime werken. Ik koos ervoor om 27 uur te gaan werken in 2,5 dag; 11 uur op maandag, 10,5 uur op vrijdag en 5,5 uur op zaterdag.”

Haar werkgever was er niet happig op, zegt Don Griot. “Ik had geen kinderen, dus waarom zou ik het überhaupt willen? Daarnaast vonden ze veel uren in weinig dagen proppen niet leuk.”
“Nu ik dit alweer ruim een jaar zo doe, vinden ze het ideaal. Ik werk op de drukste dagen van de week dubbele diensten. En ik werk iedere zaterdag, waardoor meer mensen van een volledig weekend kunnen genieten. Nadeel van zo lang werken, is toch de vermoeidheid op zo’n dag.” Wie zo’n werkweek wil proberen, kan dat dankzij de Wet flexibel werken bij de werkgever aanvragen. Jansen: “Bedrijven moeten met goed onderbouwde argumenten komen om deze manier van werken te weigeren.”
Bron: nu.nl